Belichting

Om een correct belichte foto te maken moet diafragma, sluitertijd en ISO in balans zijn. Er zijn nooit standaard instellingen die je voor elke foto kan gebruiken. Het licht is hier de factor in. Staat er veel of weinig zon of fotografeer je binnen of buiten.

Er zijn twee manieren om je belichting te controleren:

  1. Via je histogram. 
  2. Via je belichtingsmeter in je camera.

Deze kan via je instellingen in je camera standaard op je monitor of zoeker laten verschijnen.

Het Histogram geeft de hoeveelheid pixels aan van een bepaalde helderheid die in het beeld voorkomen.

Aan de linkerkant staan de donkere tinten (zwart) en aan de rechterkant de lichten tinten (witte).

In het midden staan de grijstinten. Als je foto goed is qua belichting zie je een soort bergje in het midden staan. Het geeft helemaal niet als het bergje aan de rechterkant of linkerkant staat. Zo lang het bergje niet weg valt aan de randen van het histogram heb je een mooi belichte foto. Maar je onderwerp donker is zal het bergje wat meer naar links gaan. En bij een licht onderwerp aan de rechterkant staan. Bij de techniek Expose to the right staat het histogram aan de rechterkant de het histogram.

Belichtingsmeter is een balkje met in het midden een 0 en aan beide kanten getallen teruglopend en oplopend van 1 tot 5. Wanneer het streepje op de 0 staat is de foto prima verlicht. Het diafragma, sluitertijd en ISO zijn in balans. Wanneer het streepje naar bijvoorbeeld -1 betekent dit dat de foto “1 stop” onderbelicht is.

Een stop is wanneer het diafragma van het ene getal naar het andere getal gaat. Zie bij het kopje ‘diafragma’. Dit geldt ook voor de sluitertijd en ISO.

Op alle regels zijn natuurlijk ook uitzonderingen. Ik heb er bewust voor gekozen om deze niet te melden. Dit omdat ik het echt bij de basis wil houden om je te laten kennis maken met fotograferen. Ik ben ervan overtuigd, dat wanneer je de basis van fotografie kent, het makkelijker is om verder te verdiepen door een cursus te volgen.