Sluitertijd

De sluitertijd op je camera wordt aangeduid met een S (van Shutter -priority)

De sluitertijd bepaalt hoe lang het licht je camera binnen komt. Hoe langzamer de tijd, hoe meer licht, en hoe sneller de sluitertijd, hoe minder licht je camera binnenkomt.

De sluitertijd wordt ook in getallen aangegeven:

1 1/2 1/4 1/8 1/15 1/30 1/60 1/125 1/250 1/500 1/1000 1/2000 1/4000 1/8000

Met sluitertijd kan ook je ook beweging “bevriezen” of juist “beweging” van je onderwerp tonen.

Met bevriezen wordt bedoeld dat je beweging stil staat, je gebruik hiervoor een snelle sluitertijd.

Met beweging wordt bedoeld dat je beweging in je foto laat zien, bijvoorbeeld de draaiende wieken van een windmolen. Hiervoor gebruik je een langzame sluitertijd.

Windmolen

Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld de zee. Wil je een golf die tegen de kant aanslaat vastleggen, dan kiest je een snelle sluitertijd. De beweging wordt “bevroren”.

Zal je dezelfde golf fotograferen met een langzame sluitertijd, dan zal die melkachtig op je foto komen te staan. 

Op alle regels zijn natuurlijk ook uitzonderingen. Ik heb er bewust voor gekozen om deze niet te melden. Dit omdat ik het echt bij de basis wil houden om te kunnen starten met fotograferen. Ik ben ervan overtuigd, dat wanneer je weet hoe diafragma, sluitertijd en ISO werkt, het makkelijker wordt om je verder te verdiepen in fotografie.